Procedure betreffende de burgerrechtelijke uitsluiting van toeschouwers tot het bijwonen van voetbalwedstrijden

1. Principes inzake burgerrechtelijke uitsluiting

1.1. Kader

Artikel 1
Wanneer het bovenstaande reglement van inwendige orde van toepassing is, kan een persoon die de toegang tot het stadioncomplex wordt geweigerd of die door een beslissing van de organisator verplicht wordt het stadion te verlaten of die de bepalingen van het reglement van inwendige orde niet naleeft, uitgesloten worden van het bijwonen van voetbalwedstrijden en/of andere voetbalevenementen.

Daartoe wordt een burgerrechtelijke uitsluitingsprocedure opgestart.

Artikel 2
Een burgerrechtelijke uitsluiting kan opgelegd worden, hetzij nadat eerder een waarschuwing werd opgelegd ten aanzien van de betrokkene, hetzij rechtstreeks.

Het betreft een burgerrechtelijk ‘stadionverbod’. In functie van de noodzakelijke uniformiteit en coördinatie wordt volgens de Voetbalwet geopteerd voor een nationaal burgerrechtelijk uitsluitingssysteem, onder beheer van de KBVB. De procedure van de burgerrechtelijke uitsluitingen moet beschouwd worden als parallel of complementair aan de procedure van de administratieve uitsluitingen. De organisator van een voetbalwedstrijd of -evenement is vrij om personen uit te sluiten voor het niet naleven van het reglement van inwendige orde. Politieambtenaren of de Algemene Directie veiligheids- en preventiebeleid van de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken, komen in beginsel niet tussen in deze procedure.

Binnen de burgerrechtelijke uitsluitingsprocedure speelt de veiligheidsverantwoordelijke van de organisator een centrale rol, behoudens in de gevallen waar de organisator volgens de Voetbalwet niet dient te beschikken over een gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke. De veiligheidsverantwoordelijke van de organisator is het aanspreekpunt van de KBVB.

Artikel 3
De burgerrechtelijke uitsluiting is van toepassing op elke wedstrijd die wordt betwist op het Belgisch grondgebied.

1.2. Toepassingsgebied

Artikel 4

De burgerrechtelijke uitsluitingsprocedure is van toepassing bij:

  • voetbalwedstrijden die worden georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de KBVB, ACFF of Voetbal Vlaanderen ongeacht afdeling, leeftijdscategorie en geslacht en/of door één of meerdere clubs die daarbij zijn aangesloten;
  • voetbalevenementen zoals trainingen, trainingen achter gesloten deuren, … georganiseerd door de KBVB of door een club aangesloten bij de KBVB, ACFF of Voetbal Vlaanderen;
  • voetbalwedstrijden die worden georganiseerd binnen het kader van een FIFA of UEFA competitie.
  • De term “voetbalwedstrijd” dient ook gelezen te worden als “futsalwedstrijd”; de term “stadion” als “zaal” en de term “stadionverbod” als “zaalverbod”.

1.3. Opstart van de procedure

Artikel 5
De procedure kan opgestart worden door:

  • de organisator;
  • de club van de bezoekende ploeg indien de organisator nalaat om een procedure op te starten. De club van de bezoekende ploeg kan enkel deze procedure opstarten ten aanzien van toeschouwers die zich bevinden in het aan hen toegewezen compartiment en aan eigen supporters die zich niet bevinden in het toegewezen vak bezoekers;
  • de club van de thuisspelende ploeg en/of de bezoekende ploeg, maar dit enkel voor hun eigen supporters, indien de wedstrijd door een derde partij wordt georganiseerd en/of wordt georganiseerd op een neutraal terrein.

De overkoepelende sportbond beschikt, naast het geval waar zij zelf organisator is, over dezelfde mogelijkheden en hoedanigheden als de organisator om een burgerrechtelijke uitsluitingsprocedure op te starten indien de hiervoor vermelde partijen het nalaten om de procedure te starten.

1.4. Identificatie van supporters

Artikel 6
Vooraleer de organisator of club kan overgaan tot het opstarten van de burgerrechtelijke uitsluitingsprocedure, dient zij te beschikken over de identiteit van de persoon die het voorwerp uitmaakt van de procedure. De organisator kan voor de identificatie gebruik maken van alle mogelijke wettelijke middelen die ter beschikking staan, waaronder:

  • beeldmateriaal (foto’s, beelden bewakingscamera’s,…);
  • getuigenissen van supporters;
  • getuigenissen van stewards;
  • het toegangsbewijs van de betrokken persoon;
  • de identiteitskaart of een andere stuk dat de identiteit aantoont van de betrokken persoon;
  • de toegewezen zitplaats in het stadion;
  • het vrijwillig kenbaar maken van de identiteit door de toeschouwer aan de steward;
  • een strafdossier.

Op basis van de Voetbalwet kunnen gepersonaliseerde gegevens door de politiediensten aan een veiligheidsverantwoordelijke worden meegedeeld met het oog op het toepassen van de procedure van burgerrechtelijke uitsluitingen.

2. Toepassing van burgerrechtelijke uitsluiting

2.1. Uitsluiting na een waarschuwing

Artikel 7
Wanneer een organisator/club, op grond van haar dossier, oordeelt over voldoende elementen te beschikken om de burgerlijke uitsluitingsprocedure op te starten, brengt zij de betrokkene hiervan op de hoogte door betekening, bij een met redenen omklede aangetekende brief, van een waarschuwing.

Artikel 8
Deze betekening wordt opgevat als een naar burgerlijk recht geldende ingebrekestelling wegens contractuele wanprestatie. Een kopie van deze ondertekende betekening en bewijs van aangetekende zending wordt overgemaakt aan de KBVB.

Het schrijven informeert tevens de betrokkene over de mogelijkheid en de wijze waarop hij/zij beroep kan aantekenen tegen deze waarschuwing, inclusief de contactgegevens waarnaar het schrijven moet gericht worden en het rekeningnummer van de KBVB voor het overschrijven van het inschrijvingsrecht. In dit geval zijn de hierna vermelde bepalingen van toepassing inzake beroep bij de KBVB.

Artikel 9
Wanneer tijdens de duur van de waarschuwing nieuwe feiten worden vastgesteld die minstens het voorwerp van een waarschuwing zouden kunnen uitmaken, en die zoals de voorgaande feiten worden opgenomen in het dossier, wordt toepassing gemaakt van de bepalingen betreffende de procedure bij de organisator/club zoals hierna omschreven.

2.2. Rechtstreekse uitsluiting

Artikel 10
In de gevallen waar de organisator/club van oordeel is dat de inbreuken dermate ernstig zijn dat een onmiddellijke uitsluiting noodzakelijk is, kan overgegaan worden tot een rechtstreekse uitsluiting.
In dit geval wordt toepassing gemaakt van de bepalingen betreffende de procedure bij de organisator/club zoals hierna omschreven.

Artikel 11
De briefwisseling in het kader van deze procedure wordt minstens ondertekend door de gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke van de organisator/club.

In de gevallen waar de organisator/club niet verplicht is te beschikken over een veiligheidsverantwoordelijke en er ook geen gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke is aangesteld, of in het geval de veiligheidsverantwoordelijke zelf betrokken partij is binnen deze procedure, wordt de briefwisseling minstens door de gerechtigde correspondent van de organisator/club ondertekend.

2.3. Proceduren bij de organisator/club

Artikel 12
De organisator/club stelt de betrokken persoon bij aangetekend schrijven in kennis van de inbreuken die ten laste worden gelegd en bepaalt hierbij de datum (minstens 6 werkdagen na het versturen van het aangetekend schrijven) en plaats waarop en waar de betrokken persoon zich kan verdedigen, met inbegrip van de contactgegevens van de organisator/club.

Het schrijven wordt opgemaakt in één van de drie landstalen. De procedure verloopt in de taal van toepassing op de plaats van de feiten, tenzij de procedure wordt opgestart door de bezoekende club of de KBVB waarbij de taal van de overtreder wordt gebruikt of de organisator beslist om de landstaal van de overtreder te gebruiken.

In geval het voorgaande niet leidt tot het gebruik van de moedertaal van de betrokkene staat het deze vrij om eenmalig te verzoeken de procedure te laten verlopen in een andere landstaal of de vertaling van de stukken in een andere landstaal en gratis bijstand van een vertaler te vragen.

Artikel 13
Gedurende het verloop van de procedure kan de betrokkene worden bijgestaan door een advocaat. Indien het een minderjarige betreft dient deze verplicht te worden vergezeld van zijn wettelijke vertegenwoordiger of minstens één van hen indien er meerdere zijn.

Artikel 14
De betrokken persoon heeft, vanaf de dag na de poststempel, 6 werkdagen de tijd om schriftelijk verweer in te dienen bij de organisator/club aangaande de ten laste gelegde feiten. De betrokken persoon stelt duidelijk in het schriftelijke verweer of hij aanwezig zal zijn voor een mondelinge verdediging op de vermelde datum en plaats in het schrijven van de organisator/club.

Indien er om een mondelinge verdediging wordt verzocht, dient de betrokkene gehoord te worden in aanwezigheid van minstens de veiligheidsverantwoordelijke en één gemandateerde van de organisator/club.

Het verhoor gebeurt achter gesloten deuren, tenzij de betrokkene schriftelijk om de openbaarheid daarvan verzoekt. Dit verzoek kan enkel afgewezen worden met het oog op de handhaving van de openbare orde of veiligheid.
Partijen kunnen de aanwezigheid van getuigen vragen.

Artikel 15
Op basis van het dossier en het eventuele verweer en/of mondelinge verdediging kan de organisator/club een burgerrechtelijke uitsluiting opleggen.

De betrokken persoon dient van deze beslissing binnen de kortst mogelijke termijn per aangetekend schrijven in kennis te worden gesteld. De organisator/club licht tevens de KBVB in.

In een begeleidend schrijven bij de kennisgeving informeert de organisator/club de betrokkene over de mogelijkheid om bij de bevoegde instantie van de KBVB beroep aan te tekenen, met vermelding van de wijze waarop, inclusief de contactgegevens waarnaar het schrijven moet gericht worden en het rekeningnummer van de KBVB voor het overschrijven van het inschrijvingsrecht.

2.4. Beroep bij de KBVB

Artikel 16
Het beroep moet op straffe van verval binnen een termijn van 6 werkdagen aanvangend op de eerste werkdag volgend op de datum van de poststempel van de aangetekende zending waarmee de beslissing wordt meegedeeld bij de KBVB worden ingediend.

Het beroep moet met een ondertekend gemotiveerd verzoekschrift ingediend worden per aangetekend schrijven volgens de regels inzake de vordering voorzien in het bondsreglement (Boek B- Titel 11- Geschillen en Procedures).
Het beroep kan gericht worden aan de bondsgriffie of aan het secretariaat van de Disciplinaire Raad voor het Profvoetbal van de KBVB.

Het beroep is enkel ontvankelijk na het betalen aan de KBVB van een inschrijvingsrecht van 100,00 EUR binnen de termijn om in beroep te gaan.
BE86 3100 2660 3550 (BIC: BBRUBEBB)

Artikel 17
De procedure voor de Disciplinaire Raad van het Profvoetbal verloopt volgens de regels inzake geschillen en procedures bepaald in het bondsreglement.
In het geval dat de betrokkene in het verzoekschrift om een mondeling verweer verzoekt, zullen de betrokken persoon en de organisator/club binnen de 30 werkdagen, na het ontvangen van het beroep, opgeroepen en gehoord worden.

De betrokkene kan vragen te worden gehoord, via een afzonderlijk schrijven, zolang de zaak door de Disciplinaire Raad voor het Profvoetbal niet in beraad wordt genomen.Indien de betrokkene niet vraagt te worden gehoord, kan de zaak worden beslecht op basis van de beschikbare stukken van het dossier.

Artikel 18
De beslissing wordt aan beide partijen binnen de kortst mogelijke termijn per aangetekend schrijven meegedeeld. De beslissing vermeldt de mogelijkheid van evocatieverzoek en de wijze waarop dit kan worden ingediend, inclusief de contactgegevens waarnaar het schrijven moet gericht worden en het rekeningnummer van de KBVB.

2.5. Evocatie

Artikel 19
Het verzoek tot evocatie geschiedt, conform de bepalingen inzake de geschillen en procedures van het bondsreglement (Boek B.11).
Indien het evocatieverzoek ontvankelijk en gegrond wordt verklaard, wordt de zaak voor behandeling verwezen naar de Disciplinaire Raad voor het Profvoetbal in een andere samenstelling.

2.6. Dossier

Artikel 20
De organisator/club stelt haar dossier samen op basis van de door haar gemandateerden vastgestelde schendingen van het reglement van inwendige orde. Deze gegevensverzameling kan o.a. gebeuren met behulp van de stewards, het gebruik van camera’s of andere legale informatiebronnen.
Het dossier samengesteld door de organisator/club kan volgende zaken omvatten:

  • identiteitsgegevens van de betrokkene(n);
  • datum en plaats waarop en waar de feiten zich voordeden;
  • een duidelijke omschrijving van de feiten;
  • verwijzing naar het artikel van het reglement van inwendige orde dat werd overtreden;
  • aard en omvang van de aangerichte schade;
  • bewijsmateriaal (foto’s, beeldmateriaal, verklaringen,…);
  • voor zover bekend: recidivegegevens;
  • eventueel een verklaring van de betrokken persoon;
  • bewijzen van de aangetekende zendingen.

Dit integrale dossier wordt door de organisator/club aan de KBVB overgemaakt.

Inzage in het dossier is mogelijk door de betrokken partijen volgens de bepalingen van het bondsreglement inzake geschillen en procedures.

2.7. Duur waarschuwing/burgerrechtelijke uitsluiting

Artikel 21
De waarschuwing heeft een looptijd van drie jaar. In geval van een waarschuwing blijven de gegevens van de overtreder gedurende 3 jaar na het ingaan van de waarschuwing vermeld op de daartoe voorziene lijst.

Artikel 22
De duur van de uitsluiting beloopt minimum 3 maanden en maximaal 5 jaar. Voor wat betreft de uitsluiting dient bij de beoordeling over de duur ervan rekening te worden gehouden met de ernst van de gepleegde feiten en eventuele recidive.

De organisator/club zal de periode van de uitsluiting duidelijk omschrijven in het aangetekend schrijven van de beslissing. Hetzelfde geldt voor de KBVB in het geval van een beroep.

De uitsluiting kan ten vroegste ingaan na het verstrijken van de termijn voor beroep voor zover er geen beroep werd ingesteld.

2.8. Gedeeltelijk uitstel door alternatieve sanctie

Artikel 23
Bij een burgerrechtelijke uitsluiting van minimum 2 jaar, kan na het verstrijken van de helft van de duur van de uitsluiting, op voorstel van de organisator/club, de uitsluiting worden omgezet in een burgerrechtelijke uitsluiting met uitstel wanneer de uitgeslotene voor de resterende periode van de uitsluiting voorwaarden aanvaardt. Deze voorwaarden worden bepaald in overleg tussen de organisator/club en de betrokken persoon. Deze voorwaarden worden vastgelegd in een geschreven akkoord tussen beide partijen. Een kopie van het akkoord wordt aan de KBVB overgemaakt.

Bij vaststelling van ofwel het niet respecteren van de voorwaarden ofwel van een nieuwe inbreuk gepleegd tegen het reglement van inwendige orde door de uitgeslotene, wordt een gemotiveerd dossier door de organisator/club aan de Commissie Veiligheid van de KBVB overgemaakt. Deze laatste stelt de betrokken persoon bij aangetekend schrijven in kennis van de vaststelling van het niet respecteren van het akkoord en/of de inbreuk op het reglement van inwendige orde. In dit aangetekend schrijven wordt aan de betrokken persoon meegedeeld dat hij 6 werkdagen de tijd heeft om schriftelijk verweer in te dienen aanvangend op de eerste werkdag volgend op de poststempel van de aangetekende zending, bij de Disciplinaire Raad voor het Profvoetbal van de KBVB volgens de procedure zoals bepaald voor het beroep bij de KBVB zoals hoger vermeld.

Indien na het schriftelijk verweer en/of na de betrokken persoon gehoord te hebben de feiten bewezen verklaard zijn, zal, behoudens overmacht in hoofde van de betrokkene, de resterende duur van de burgerrechtelijke uitsluiting met uitstel effectief worden en zal deze automatisch verlengd worden met 2 jaar. Er kan geen gebruik meer worden gemaakt van een alternatieve sanctie.

2.9. Afdwingbaarheid – recidive

Artikel 24
De organisator/club neemt de nodige maatregelen , binnen het wettelijke kader betreffende het ticketbeheer bij voetbalwedstrijden, zodat er geen tickets worden verkocht aan personen die het voorwerp zijn van een burgerrechtelijke uitsluiting (“stadionverbod”).

Indien een dergelijke betrokkene houder is van een abonnement, wordt dit abonnement bewaard of geblokkeerd door de organisator/club voor de periode van de burgerrechtelijke uitsluiting.

Het toezicht op de naleving van de uitsluiting gebeurt in de eerste plaats in het stadion zelf desgevallend via moderne bewakings- en identificatietechnieken.
Bij betrapping kunnen de stewards de uitgeslotene verzoeken het stadion te verlaten, tenzij daardoor de openbare orde kennelijk zou worden verstoord. Bij verzet of verstoring van de openbare orde kunnen de politiediensten tussen komen, op het ogenblik en op de wijze door hen bepaald.

Artikel 25
Bij vaststelling van het niet respecteren van de sanctie door de uitgeslotene wordt het gemotiveerde dossier door de organisator aan de Commissie Veiligheid van de KBVB overgemaakt. Deze laatste stelt de betrokken persoon bij aangetekend schrijven in kennis van de vaststelling van het niet respecteren van de opgelegde sanctie. In het aangetekend schrijven wordt aan de betrokken persoon meegedeeld dat hij 6 werkdagen de tijd heeft aanvangend op de eerste werkdag volgend op de poststempel van de aangetekende zending, om schriftelijk verweer en/of een verzoek tot mondeling verhoor in te dienen bij de Disciplinaire Raad voor het Profvoetbal volgens de procedure zoals bepaald voor het beroep bij de KBVB zoals hoger vermeld.

Indien betrokkene hierop niet reageert, of na het schriftelijk verweer en/of na de betrokken persoon gehoord te hebben en de feiten bewezen verklaard, zal, behoudens overmacht in hoofde van de betrokkene, de burgerrechtelijke uitsluiting automatisch verlengd worden met 1 jaar.

3. Beheer

Artikel 26
Gelet op het nationale karakter van de burgerrechtelijke uitsluiting, staat de overkoepelende sportbond in voor de informatieoverdracht van, naar en tussen de verschillende organisatoren.

De overkoepelende sportbond staat in voor het nationale beheer en de administratie van het uitsluitingssysteem. Zij fungeert als adviseur, aanspreekpunt en informatiekruispunt, zowel voor de organisatoren, de overheid als de politiediensten.

De overkoepelende sportbond maakt een waarschuwings- en een uitsluitingslijst op. De uitsluitingslijst bevat naast de burgerrechtelijke uitsluitingen, ook de administratieve – en gerechtelijke stadionverboden en de stadionverboden als beveiligingsmaatregel.

De lijsten worden overgemaakt aan de clubs uit het profvoetbal en aan de clubs uit overige afdelingen indien zij hierom verzoeken en/of over een actief veiligheidsapparaat beschikken op clubniveau (minstens een gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke en operationele voetbalstewards).

De persoonsgegevens van de gewaarschuwde(n) en de uitgeslotene(n) worden behandeld overeenkomstig de regelgeving inzake de verwerking van persoonsgegevens. Alleen niet op personen herleidbare (statistische) informatie omtrent het gevoerde burgerrechtelijk uitsluitingsbeleid kan openbaar worden gemaakt.